In het NRC Handelsblad van vandaag is een artikel te lezen over de huisvestingsperikelen op de Oudemanhuispoort, de Juridische Faculteit van de Universiteit van Amsterdam. Het College van Bestuur verstopt zich al enkele maanden achter de deuren van het Maagdenhuis. Hoogleraren, studenten en andere medewerkers van de Faculteit vinden dat het hoog tijd wordt voor een inhoudelijke reactie van het College van Bestuur.

Vele brieven die tot op heden zijn verzonden, zijn onbeantwoord gebleven. Andere brieven moeten het doen met een zeer summiere en weinig inhoudelijke reactie. Enkele passages uit het artikel:

Waar winden stedelingen zich over op? In Amsterdam verzetten juristen zich tegen verhuizing van de rechtenfaculteit. „Die sfeer hier heeft mijn leven verrijkt.”

Door Arjen Schreuder

De faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam is niet zomaar een faculteit. De juristen huizen al bijna 130 jaar in een van de monumentale attracties van de binnenstad, de Oudemanhuispoort. Wie hier college volgt, passeert eerst een zwierige poort en wandelt door een gang met romantische boekenstalletjes, om vervolgens de fraaie binnenhof te betreden. Daaromheen ligt een gebouw met labyrintische allure vol hoeken en gaten, dat niettemin hard toe is aan renovatie.

De studenten roemen de Oudemanhuispoort om haar plaats in het hartje van de stad, in de buurt van veel cafés. Student Onno Hennis: „Dat geeft een echte studentensfeer.” Promovendus Jaap Baaij: „Studenten en docenten komen elkaar tegen. Je zit in een café en vraagt een passerende hoogleraar om aan het gesprek mee te doen. Het leven op college en privéleven gaan in elkaar over. Die sfeer heeft mijn leven verrijkt.” De docenten zijn al even verknocht aan de historische plek. Hoogleraar Bernt Hugenholtz: „Ik zou in de advocatuur vijf keer zo veel kunnen verdienen als hier. Je werkt aan de universiteit voor een belangrijk deel uit idealisme en bevlogenheid. Maar de liefde kan niet altijd van één kant komen.”

De juristen hebben de indruk dat hun belangen ondergeschikt zijn gemaakt aan de wens van het college van bestuur om „geschiedenis te schrijven” met een groot en prestigieus bouwproject. Bernt Hugenholtz: „Er worden steeds andere argumenten gebruikt om ons hier weg te krijgen. In het begin werd gezegd dat het gebouw te klein voor ons is. Dat is niet zo. Later werd gezegd dat men dit gebouw wil gebruiken voor algemene functies van de universiteit. En deze week moeten wij in het universiteitsblad Folia lezen dat men een deel van de gebouwen als kantoorruimte wil verkopen. We worden er gewoon uit geschopt.” Promovendus Jaap Baaij: „Het is alsof je een been amputeert met als argument dat iemand anders dat been nodig heeft.” Hoogleraar Arthur Salomons denkt mee over de renovatie van het gebouw op het Roeterseiland dat de juristen moet huisvesten. Hij doet dat niet van harte. Salomons: „Er is veel verzet. Bovendien is het niet verstandig om kantoren te verkopen in deze slechte marktsituatie. Alle reden dus om voorlopig een pas op de plaats te maken.”

De rechtenstudenten zeggen zich de afgelopen maanden „constructief” te hebben opgesteld, maar die houding niet eeuwig te kunnen volhouden. Voorzitter Danny Mekic’ van de facultaire studentenraad: „Het college legt adviezen naast zich neer en gaat gewoon door. We moeten nadenken over andere manieren om de deuren van het Maagdenhuis te openen.” Student Onno Hennis heeft nog een laatste argument om de verhuizing af te blazen. „Wij zijn de enigen die in dit gebouw de weg weten.”

Lees het hele artikel in het NRC Handelsblad.